HOME

BELIZE

17 t/m 20 april 2001               

We rijden direct over de Western highway door naar de ca. 200 km verder gelegen oostkust, waar de voormalige hoofdstad Belize City ligt. Erg vlot gaat het niet, we doen er ruim 5 uur over. Om de bus enigszins vol te krijgen moeten we namelijk even omrijden via de hoofdstad Belmopan.

Belize heeft een geheel eigen karakter: het is het enige Engelstalige en overwegend zwarte land van Midden-Amerika en doet zo op het eerste gezicht erg Afrikaans aan. Maar liefst 60% van de bevolking is zwart of gedeeltelijk zwart en noemt zichzelf Creole. De Creolen zijn afstammelingen van Afrikaanse slaven en Britse piraten. Verder wonen er Mestiezen (Indiaans-Spaans), Indianen (Maya's) en Garifuna's.

Het ziet er nogal armoedig uit, op hoop van zegen stappen we maar ergens uit. Het eerste uur in Belize City wordt een ware nachtmerrie: we laten ons rugzakje in de ´taxi´liggen (die we overigens via vele warme en vermoeiende omwegen wel weer terugvinden …), hotels zijn te duur en om bij de goedkopere hostels te kunnen komen moeten we door onveilige buurten heen banjeren.

We vinden uiteindelijk een schaars onderkomen aan de North Front Street. Alles is van hout, de kamer vormt dus één grote potentiële vuurhaard. Zonder rugzak proberen we hartje Belize City te ontdekken. Zwervers en bedelaars hebben zich in de goorste naar urinegeur ruikende hoekjes verzameld. 

Belize City is duidelijk geen stad om er langer dan een dag te blijven. Na een half slapeloze nacht (een paar luidruchtige Amerikaanse Beavis en Buthead-figuren denken lollig te zijn) lopen we in de ochtendschemer naar het Z-line busstation. Via Belmopan rijden we over de Hummingbird highway eerst naar Dangriga. De bevolking bestaat hier voornamelijk uit Garifuna's (Afrikaans--Indiaans). Na een stop van een paar uur rijden we door naar Placencia. De open moerasachtige vlaktes in het noorden zijn niet te vergelijken met het ongerepte groene berggebied waar we nu doorheen rijden richting het zuiden. Het landschap is hier echt schitterend, in tegenstelling tot Guatemala is bijna de helft van Belize gelukkig nog met bos bedekt.

Placencia ligt op het uiterste zuidelijkste puntje van een zanderig schiereiland. Het laatste stuk voert over zandwegen, zodat we behoorlijk stoffig ons einddoel naderen. Het uitzicht, met rechts de lagoon en links de zee, wordt wel steeds fraaier. 


Vervolg Belize

De weinige  restaurants die er zijn zien er onguur en ook smerig uit, we kopen uiteindelijk ons diner (foto links) maar in een supermarktje. Vanachter tralies nog wel ... Hoezo onveilig!

Belize is een klein land (0.6 x Nederland) en is zeer dun bevolkt (200.000 inwoners). In het Noorden grenst het land aan Mexico, in het oosten aan de Caribische Zee en in het zuiden en westen aan Guatemala. Wij komen ten westen vanuit Guatemala  met de bus Belize binnen.   

Het landschap is behoorlijk vlak en leeg. Her en der staat een huisje waar een ieder persoonlijk voor zijn/haar huis wordt afgezet of opgehaald.  Vanaf het busstation rijden we in een gigantisch grote roestige Amerikaanse oude bak met een behoorlijk gezette negerin mee naar het centrum.  Belize City heeft veel weg van een groot dorp.