CAMBODJA

27 t/m 30 november 1997             

HOME

We zullen zien in hoeverre bv. de griezelverhalen over Phnom Penh nog kloppen.

Ondanks dat de stad vol hangt met spandoeken: 'Met elkaar delen is voor elkaar zorgen', zijn de verschillen tussen arm en rijk nog steeds duidelijk zichtbaar.


De Cambodjanen zien er heel anders uit dan bv. Vietnamezen, ze zijn veel donkerder en de rijsthoedjes zijn verruild door een 'soort van theedoeken', die om het hoofd zijn gebonden.

We vliegen met Vietnam Airlines vanuit Vietnam binnen een half uur naar Phnom Penh, de hoofdstad van Cambodja. We hebben nog geen visum voor Cambodja, dus dat moet even ter plekke op de luchthaven geregeld worden. Ons paspoort met extra losse pasfoto wordt razendsnel door een tiental Cambodjanen bekeken, waarna we voor 20 US$ zonder probleem direct een visum krijgen.

Nog maar een paar maanden geleden was er in Cambodja nog een bloedige staatsgreep gaande en nog steeds hebben de laatste Rode Khmerstrijders hun wapens niet neergelegd, het is dus niet echt de ideale tijd om het land te bezoeken. Wij kunnen echter, ondanks het gevaar voor eigen leven,  de verleiding niet weerstaan om er toch even te gaan kijken.

Terwijl we naar de gesloten deur van het Koninklijk paleis staan te staren, komt er een Cambodjaan op een brommer aangereden. Hij biedt ons aan om ons naar Choeng Ek, het vernietigingskamp van Pol Pot, te brengen. Met z'n tween achterop rijden we 15 km over stoffige, slechte wegen. In een glazen herdenkingsstupa (foto links) zijn de stoffelijke resten, schedels, botten en kleding uitgestald.     

De volgende dag lopen we langs militairen, die langs de kant van de weg staan (eergisteren zijn nog een Thaise toerist en iemand van het leger door het hoofd geschoten), naar het Tuol Sleng museum. Tussen 1975 en 1979 deed de Tuol-Sleng school dienst als gevangenis S21 van de Nationale Veiligheidsdienst. Na intimidatie en martelingen werden velen naar Choeng Ek gebracht

Alles lijkt zo echt, martelwerktuigen staan op een dusdanige wijze uitgestald dat ze zo weer gebruikt kunnen worden. De foto's van de slachtoffers, de cellen, hoe kunnen mensen zo wreed zijn. Met een vreemd gevoel in onze maag lopen we zwijgend, beide in gedachten verzonken, terug naar ons hotel.

                                                                        Vervolg Cambodja

We lopen langs de massagraven, waar de resten botten en kleding nog de grond uitsteken. Het land is nog steeds een kruidvat en de inwoners zijn nog steeds bang. Onze brommerrijder begrijpt er niets van dat wij hier naartoe gekomen zijn. Hij praat honderduit over de Rode Khmer-leider Pol Pot, de man die verantwoordelijk is voor de dood van meer dan n miljoen Cambodjanen. 'Hij moet opgesloten worden, ik haat hem'. We verbazen ons over zijn openheid.