VIETNAM

16 t/m 27 november 1997             

HOME

Vanuit China proberen we over land (via een brug) naar Vietnam te lopen. Het kost ons enige moeite, omdat op ons visum de verkeerde plaats van binnenkomst staat vermeld.  We moeten een geheel nieuw visum kopen. De sfeer is niet erg aangenaam: een norse Vietnamese douanier slaat een aantal Aziaten met een stok van achter het loket op hun hoofd ...

Na vele formulieren ingevuld te hebben staan we dan uiteindelijk toch in Vietnam.   

Met een legerjeep sjezen we door de bergen, op naar de bergvolken (Montagnards) van Sapa. Op het moment dat we arriveren is de markt nog in volle gang. De Hmong en de Red Zao verwelkomen ons. De 'Montagnards'  hebben zich vanwege de geïsoleerde ligging van het hoogland lange tijd kunnen onttrekken aan de Vietnamese cultuur.  Iedere groep 'Montagnards' heeft zijn eigen kleding, sieraden, taal en religie.   

Iedere groep 'Montagnards' heeft zijn eigen kleding, sieraden, taal en religie. De Hmong (foto boven) verbouwen hennep, opium en maïs. Ze kennen geen geschreven taal , hun tradities leven voort via mondelinge overlevering. De vrouwelijke Hmong dragen een donkere rok en beenwindsels, haarband en grote zilveren oorringen. 

De Red Zao (foto linksboven) dragen een rode muts met belletjes en kwastjes. De vrouwen hebben een hoog opgeschoren voorhoofd.

Dankzij de Fransen kunnen we hier overheerlijk warm stokbrood met kaas eten!

Met de trein reizen we van Lao Cai naar Hanoi. Omdat de Vietnamezen de treintarieven vervierdubbelen voor westerlingen moeten wij zo'n 10 uur zien door te brengen op zgn. 'hard-seats'.

In het legermuseum zien we hoe het Vietnamese leger destijds tegen buitenlandse indringers heeft gestreden. Terwijl we langs het Ho Chi Minh mausoleum lopen vindt zojuist de wisseling van de wacht plaats. De éénzuilige pagode (foto rechts), gebouwd tussen 1028 en 1054,  is ondanks de ongetwijfeld vele restauraties heel bijzonder om te zien.

We fietsen naar het strand van Cao Dai. Ons is een magnifiek strand beloofd, helaas worden we overspoeld door verkopertjes. We hebben nog niet onze handdoek uitgespreid of het zonnetje verdwijnt achter inmiddels wel heel veel wolken. De vissers gaan in ronde rieten manden (dichtgemaakt met pek) de zee op.

Op de markt is het een drukte van jewelste. Marjolein laat zich opmeten voor een mooie Vietnamese jurk van Chinese zijde. Na terugkomst zijn onze fietsen ineens foetsie, dat krijg je als je ze niet netjes in een fietsstalling zet …

                                                                                  Vervolg Vietnam